Alternatieven voor straf, welke zijn dat?

Alternatieven voor straf

Kinderen opvoeden is moeilijk. Bij het eerste kind zoeken we wanhopig naar de gebruiksaanwijzing en denken we het bij het tweede kind wel te weten, dan blijkt die toch weer heel anders dan zijn zusje in elkaar te steken. Het is vaak een kwestie van trial en error en door schade en schande wijs te worden, om maar met clichés te gooien. Gelukkig zijn er wel opvoedfilosofieën en boeken die ons een duwtje in de goede richting kunnen geven. Eerder schreef ik al hoe je volgens één van die boeken – ‘How2talk2kids’ – om kunt gaan met (negatieve) gevoelens van je kind en hoe je coöperatief gedrag bij je kinderen kunt stimuleren. Maar soms zijn kinderen nu eenmaal boos en doen ze iets wat niet mag. Daar moeten ze de consequenties dan natuurlijk wel van ervaren. Tijd voor straf, toch?

Volgens ‘How2talk2kids’ is straffen echter niet zo’n goed idee. Want straf kan leiden tot haatgevoelens, wraak, tegenspraak, schuldgevoel, minderwaardigheidsgevoel en zelfmedelijden. Het versterkt het ‘ik tegen jou’ gevoel, waarmee je misschien wel bereikt dat je kind (tijdelijk) stopt met het ongewenste gedrag, maar waarmee je je relatie met je kind onder druk zet. En in plaats van dat je kind er spijt van heeft en bedenkt hoe hij het goed kan maken, gaat hij zich bezig houden met fantaseren over hoe hij wraak kan nemen. Of over hoe hij de volgende keer ervoor kan zorgen dat mama het niet ziet of hoe hij zijn straf ontsnapt.

Dit betekent natuurlijk niet dat je kind ongestoord door mag gaan met wat hij aan het doen is. Je kind moet de consequenties van zijn slechte gedrag ervaren, maar wel op een andere manier dan door te straffen.

Alternatieven voor straf

Ik denk dat vele ouders met mij heel geregeld hun kind even apart zetten: “Ga jij maar even op de trap nadenken over wat er hier verkeerd ging” – oftewel de time-out. Maar volgens How2talk2kids moet je je kind geen time-out geven, maar een ‘time-with’: persoonlijke aandacht van een zorgzame ouder; een ouder die helpt gevoelens te verwerken en een betere manier te vinden om daar mee om te gaan. Het gevolg is dat je kind zichzelf niet meer ziet als een ‘slecht mens’ dat weggestuurd wordt, maar als een verantwoordelijk mens dat op vele manieren met zijn boosheid om kan gaan. Hoe pak je zo’n time-with aan? Door één of meerdere stappen van het stappenplan ‘alternatief straffen’ te doorlopen.

Stappenplan alternatief straffen:

  1. Vertel je kind hoe hij je zou kunnen helpen
  2. Uit je afkeuring (zonder het karakter van je kind aan te vallen)
  3. Spreek je verwachtingen uit
  4. Vertel je kind hoe hij zich kan/moet verbeteren
  5. Geef een keuze
  6. Ga over tot actie
  7. Laat je kind de consequenties van zijn gedrag ervaren

Bijvoorbeeld: als je kind alsmaar door de supermarkt rent, kun je hem vragen of hij je even helpt met de boodschappen pakken. Werkt dat niet, dan kun je hem vertellen dat je het heel vervelend vindt dat hij zo andere mensen stoort en dat je verwacht dat hij rustig loopt. Je kunt je kind daarna de keuze geven om gewoon te lopen of in het karretje te zitten. Begint hij toch weer te rennen, dan zet je hem in het karretje. En een eventueel volgende keer dat hij mee wil naar de supermarkt kun je hem vertellen dat je deze keer alleen gaat, omdat hij de vorige keer zo aan het rennen was.

Wat is het  verschil tussen je kind straffen en hem de consequenties van zijn gedrag te laten ervaren? Consequenties vloeien natuurlijk voort uit het gedrag van je kind en bij straffen is er niet een directe link. In het voorbeeld hierboven zou straffen zijn als je bijvoorbeeld tegen je kind zou zeggen dat hij die dag geen televisie mag kijken omdat hij zich zo slecht gedroeg in de supermarkt.

En de praktijk?

Ik heb wisselende successen geboekt met deze alternatieven voor straf. Toen mijn zoontje het, heel klassiek, in de supermarkt op een schreeuwen zette, heb ik hem gevraagd of hij me wilde helpen door het lijstje vast te houden. Dat hielp en hij hield op met schreeuwen (yes, victory!).

Het uitspreken van mijn afkeuring, verwachtingen en hoe mijn kinderen zich kunnen verbeteren lukt me ook meestal prima. Het geven van een keuze wordt vaak al moeilijker. Een voorbeeld: als mijn zoon gefrustreerd wordt, gaat hij slaan. Lijdend voorwerp is dan vaak mijn dochter. Als hij dan niet ophoudt nadat ik hem dat heb gevraagd, moet ik hem de keuze geven: “Of je houdt op met Flore te slaan, of…” en dan kom ik toch al vaak op “… ik zet je even apart”. Want ja, als hij doorgaat met slaan, zie ik niet echt een andere keuze. En dus verval ik toch weer in de time-out.

Dus ja, ik zie absoluut de toegevoegde waarde in een ‘time with’ en de alternatieven voor straf, alleen in de praktijk weet ik het nog niet altijd goed in te vullen. Conclusie? Ik moet en ga hier zeker verder mee oefenen!

Liefs, Femke

Volg mij ook op Facebook en Instagram.